Een paar weken geleden kwam ik tijdens het uitzoeken van een paar dozen een oud blauw schoolschriftje tegen met mijn naam erop en een hoofdletter O. in de rechterbovenhoek. Toen ik het opensloeg besefte ik dat dit een opstelschriftje was van de basisschool met een aantal, toch wel zeer lachwekkende korte verhaaltjes erin beschreven in mijn, voor toen, allernetste handschrift.

Het leukste verhaaltje vind ik toch wel eentje met een tekening erbij genaamd:

Het kleine ongelukje

Triiiiiiing

Dat was de bel van de Boomgaardhoekse school.
Ik kwam rennend de school uit om alles snel thuis te vertellen wat ik op school had meegemaakt.
Eindelijk thuisgekomen had ik grote verhalen om te vertellen. Na een tijdje kletsen over school, kwam ik erachter, dat ik de volgende dag een opstel moest maken over ‘De omgekeerde wereld’.
Ik ging die avond gelijk aan de slag en ik was ongeveer 2 uur bezig om dat verhaal met 250 woorden te maken.
De volgende dag moest ik op de fiets naar school omdat mijn vader de auto nodig had. Dus daar ging ik op de fiets. Onderweg was er een ongeluk naast de weg gebeurd. Ik keek om en ik wist niet dat ik van de weg af was gereden en plons!! Daar lag ik in het water. Druip en druip nat probeerde ik op de kant te klauteren. Een paar keer gleed ik terug, de polletjes gras braken onder mijn gewicht. Eindelijk lukte het me. Daar stond ik: nat, vies, koud en kleverig. Het stuur van de fiets stak boven het water uit, velletjes papier dreven in het rond. Langzaam draaide ik me om en sjokte weg. Het water sopte in mijn schoenen. Ik liet een spoor van modder na, alsof ik een bulldozer was.